Misverstand 2: Warmtenetten zijn afhankelijk van één bron

Tekst

Het misverstand:

Een belangrijk nadeel waar warmtenetten doorgaans mee te maken hebben, is dat deze worden gevoed door slechts één enkele aanbieder - denk aan een biomassacentrale of een productie- of afvalverwerkingsbedrijf. Het bedrijf dat deze warmte levert, moet te allen tijde draaien om te voorkomen dat bewoners in de winter over onvoldoende warm water beschikken. Maar wat gebeurt er als dit bedrijf failliet gaat, of als processen stil komen te liggen?

Hoe het eigenlijk zit:

Natuurlijk is het geen optie om zonder warmte te zitten. Daarom hebben alle warmteleveranciers een leveringsplicht; ze zijn dus wettelijk verplicht om warmte te leveren. Bij de aanleg van een warmtenet wordt daarom altijd gekeken of er voldoende lokale warmtebronnen beschikbaar zijn en in hoeverre deze bronnen toekomstbestendig zijn. Daarnaast zorgen piek- en back-up voorzieningen voor een constante toevoer van warmte. Veel van deze voorzieningen leveren hun warmte nu nog op basis van aardgas, maar dat verschuift. Zo komt het regelmatig voor dat warmtenetten, die nu nog aardgas gebruiken als primaire bron, overstappen op biomassa. Op de langere termijn zien we dat aardwarmte een steeds vaker gebruikte primaire bron van warmte wordt. De biomassacentrale die het aardgas in eerste instantie verving, kan vervolgens (met de nodig aanpassingen en in combinatie met warmteopslag) als piek- en back-upvoorziening ingezet worden. Daarmee wordt het warmtenet volledig aardgasloos. Er zijn nog andere piekbronnen die aardgas kunnen vervangen, zoals centrale waterstof of elektrische ketels en grootschalige opslag van warmte. Op die manier worden er duurzame en toekomstgerichte maatregelen getroffen om continu in warmte te kunnen voorzien.

Ga naar misverstand 3