Warmte-etiket: waar komt uw warmte vandaan?

Wij geven u graag inzicht in de duurzaamheid van onze warmtenetten. Op het warmte-etiket kunt u in één oogopslag zien welke warmtebronnen Ennatuurlijk gebruikt en hoe duurzaam het betreffende warmtenet is.

Klanten, woning corporaties en gemeenten willen weten waar hun warmte vandaan komt. Is het restwarmte van de industrie of warmte uit de aarde? En wat is de CO2-besparing ten opzichte van verwarmen met een cv-ketel op aardgas? Dit jaar geven we inzicht in de resultaten van de warmtenetten in onze zeven groeigebieden (metropolen): Leeuwarden, Enschede, Eindhoven, Midden- en West-Brabant, Het Groene Net (Sittard/Geleen), Helmond en Maastricht. Vanaf 2021 krijgen alle warmtenetten met meer dan 500 aansluitingen een etiket.

Warmte-etiket 2019

ENNATUURLIJK_WARMTE ETIKET-2019_0.jpg

Download het warmte-etiket 2019

Zo leest u het warmte-etiket

  1. Voorbeeld warmte-etiket Ennatuurlijk.jpgPrimaire energiefactor (PEF): Drukt uit hoeveel fossiele energie nodig is voor de productie, distributie en levering van de warmte. Hoe lager dit getal is, hoe beter.
  2. CO2-uitstoot en -besparing: De CO2-besparing is het verschil tussen de CO2-uitstoot die vrijkomt bij de productie en distributie van warmte en de CO2-uitstoot die vrijkomt als elke woning of onderneming dezelfde warmte zou opwekken met een cv-ketel op aardgas. Hoe groter de besparing, hoe beter. De relatieve CO2-besparing verschilt per warmtenet en is afhankelijk van de bron en de warmte- en energieverliezen van de infrastructuur. Hoe duurzamer de bron, hoe meer deze bijdraagt aan de relatieve CO2-besparing.

    Bij warmtenetten met een warmtekrachtkoppeling (WKK) als bron neemt de CO2-besparing in de loop der jaren af. Een WKK wekt zowel elektriciteit als warmte op. Bij de berekening van de CO2-uitstoot voor warmteproductie met een WKK wordt de vermeden CO2-uitstoot door elektriciteitsproductie dan ook in mindering gebracht op de totale CO2-uitstoot van de installatie. Omdat de landelijke mix voor elektriciteitsproductie steeds duurzamer wordt, voornamelijk door het toenemende aandeel wind- en zonne-energie, neemt de vermeden CO2-uitstoot op elektraproductie af. Als gevolg hiervan neemt de CO2-uitstoot voor de warmteproductie toe. De WKK’s, die lange tijd als zeer energie-efficiënt gezien werden, zullen dus geleidelijk minder gaan presteren op CO2-besparing voor warmteproductie. Daarom zullen ze op termijn vervangen worden door een duurzamer alternatief.

  3. Aandeel hernieuwbare energie: Het percentage hernieuwbare energie binnen de totale hoeveelheid energie die we gebruiken van opwek tot levering. Hoe hoger het percentage, hoe duurzamer.
  4. Aandeel restwarmte: Het aandeel restwarmte uit industriële processen en datacenters binnen de totale hoeveelheid hernieuwbare energie die we gebruiken van opwek tot levering.
  5. Warmteverlies: Tijdens het transport van het warme water van de bron naar de woningen en bedrijven is er warmteverlies. Hoe lager het warmteverlies, hoe beter. 

    De relatieve warmteverliezen kunnen per warmtenet verschillen en zijn afhankelijk van onder meer de nettemperaturen, de omvang en transportcapaciteit, en het aantal en type klanten. Warmtenetten in een dicht stedelijk gebied waar veel klanten op aangesloten zijn, hebben een zogenaamde hoge warmtedichtheid en dus relatief lage warmteverliezen. Netwerken waar een relatief uitgestrekt warmtenet ligt of waar de volledige capaciteit nog niet benut is, zullen relatief hoge warmteverliezen hebben.

     

Blik op nu en de toekomst

De warmte-etiketten geven aan hoe onze netten ervoor stonden in 2019. Natuurlijk willen wij onze netten elk jaar weer verbeteren. Voor onze metropolen hebben we daarom behalve de huidige situatie aangegeven ook wat we in de toekomst gaan doen om het net nog verder te verduurzamen. Klik hieronder door naar de deelpaginas van de metropolen.