Warmte-etiket Ennatuurlijk

Tekst

warmte-etiket

Wij werken hard aan het verduurzamen van onze warmtenetten. Sommige netten zijn al heel duurzaam, bij andere is er nog werk aan de winkel. Op de warmte-etiketten laten we in één oogopslag zien welke warmtebronnen er in een net gebruikt worden. Is het warmte uit de industrie of warmte uit de aarde? En wat is de CO2-besparing ten opzichte van verwarmen met een cv-ketel op aardgas? Wij geven graag inzicht in de duurzaamheid van onze warmtenetten.

Jouw warmte-etiket 

De warmte-etiketten geven aan hoe onze netten ervoor stonden in 2021. Natuurlijk willen wij onze netten elk jaar weer verbeteren. Voor onze grootste netten hebben we daarom behalve de huidige situatie aangegeven ook wat we in de toekomst gaan doen om het net nog verder te verduurzamen. Klik hieronder door naar de warmtepaginas van jouw gemeente. 

Tekst

Benieuwd naar de cijfers van al onze netten?

Download het totale overzicht

Hoe staan onze netten er voor?

In 2021 hebben we weer flinke stappen gezet om onze netten duurzamer te maken. Toch zijn de cijfers ten opzichte van  2021 nauwelijks veranderd. We leggen graag uit hoe dat komt.

CO2-besparing gemiddeld gelijk gebleven

De CO2-besparing die we in 2021 met onze warmtenetten behaald hebben, is gemiddeld 51% en daarmee gelijk aan 2020. Dit is een mooi resultaat, maar we werken natuurlijk hard aan een verdere verbetering. Onze doelstelling is  namelijk 70% CO2-besparing in 2030 en 100% in 2040.

Waar ging het goed?

Dat de duurzaamheid van onze netten gemiddeld gelijk is gebleven, betekent niet dat er geen stappen zijn gezet. Zo is de CO2-reductie van het warmtenet Midden- en West-Brabant verder verbeterd van 74% naar 79%. Ook is de levering van warmte uit de industrie aan het warmtenet Noord-West Entree in Maastricht hervat doordat de technische problemen bij papierfabriek Sappi zijn opgelost. Hierdoor is de CO2-besparing weer terug op 62% in 2021 in plaats van -107% in 2020.

Waar ging het minder goed en waarom?

Helaas zijn er ook netten waar we een verslechtering zien. Zoals in Helmond waar de CO2-reductie verder verslechterde van -26% naar -79%. In totaal hebben we 62 warmtenetten. En ondanks een gemiddelde CO2-besparing van 51% zijn er 42 warmtenetten (goed voor ongeveer 19% van onze totale warmte-afzet) waar een negatieve CO2-besparing gerapporteerd wordt. We werken hard aan oplossingen. De meest voorkomende oorzaak van een negatieve CO2-besparing is een fossiele bron zoals een gasgestookte ketel of warmtekrachtkoppeling (WKK).

Warmtekrachtkoppeling (WKK): steeds minder duurzaam

Tot voor kort werd een WKK als een efficiënte oplossing gezien, omdat je zowel elektriciteit als warmte kan opwekken met aardgas. Dus twee vliegen in één klap. Dankzij de grootschalige ontwikkeling van onder andere zon- en windenergie in Nederland verduurzaamt de landelijke elektriciteitsmix snel. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit stijgt van circa 26 procent in 2020 naar circa 75 procent in 2030 (Bron: Klimaatenergierapport 2021). Dat heeft als gevolg dat het produceren van elektriciteit met een WKK steeds minder CO2-uitstoot vermijdt en de CO2-uitstoot op de warmteproductie toeneemt. Dit terwijl er in feite niet meer CO2 uitgestoten wordt, maar de verdeling van CO2 naar  warmte en elektra dus verandert. Ter vervanging van de WKK-installaties zijn we volop bezig met de ontwikkeling van passende alternatieve duurzame bronnen, zoals warmte uit oppervlaktewater (aquathermie), aardwarmte (geothermie) en warmte uit de industrie. Het zal nog enkele jaren duren voordat we het effect voldoende terugzien in de cijfers.

Nieuwe warmtenetten

In 2021 hebben we vijf nieuwe warmtenetten aan ons portfolio toegevoegd naar aanleiding van een overname: Eindhoven Strijp-R, Eindhoven Strijp-S, Boxtel Centrum, Goirle De Hovel en Steenbergen. Voor warmtenet Goirle De Hovel en Strijp-R hebben we nog geen complete data om de CO2-besparing te bepalen in 2021. Warmtenet Strijp-S is geïntegreerd in Warmtenet Strijp. 

Tekst

Zo lees je het warmte-etiket

Voorbeeld warmte-etiket1. Primaire energiefactor (PEF): Drukt uit hoeveel fossiele energie nodig is voor de productie, distributie en levering van de warmte. Hoe lager dit getal is, hoe beter.
2. CO2-uitstoot en -besparing: De CO2-besparing is het verschil tussen de CO2-uitstoot die vrijkomt bij de productie en distributie van warmte en de CO2-uitstoot die vrijkomt als elke woning of onderneming dezelfde warmte zou opwekken met een cv-ketel op aardgas. Hoe groter de besparing, hoe beter. De relatieve CO2-besparing verschilt per warmtenet en is afhankelijk van de bron en de warmte- en energieverliezen van de infrastructuur. Hoe duurzamer de bron, hoe meer deze bijdraagt aan de relatieve CO2-besparing. Bij warmtenetten met een warmtekrachtkoppeling (WKK) als bron neemt de CO2-besparing in de loop der jaren af. Een WKK wekt zowel elektriciteit als warmte op. Bij de berekening van de CO2-uitstoot voor warmteproductie met een WKK wordt de vermeden CO2-uitstoot door elektriciteitsproductie dan ook in mindering gebracht op de totale CO2-uitstoot van de installatie. Omdat de landelijke mix voor elektriciteitsproductie steeds duurzamer wordt, voornamelijk door het toenemende aandeel wind- en zonne-energie, neemt de vermeden CO2-uitstoot op elektraproductie af. Als gevolg hiervan neemt de CO2-uitstoot voor de warmteproductie toe. De WKK’s, die lange tijd als zeer energie-efficiënt gezien werden, zullen dus geleidelijk minder gaan presteren op CO2-besparing voor warmteproductie. Daarom zullen ze op termijn vervangen worden door een duurzamer alternatief.
3. Aandeel hernieuwbare energie: Het percentage hernieuwbare energie binnen de totale hoeveelheid energie die we gebruiken van opwek tot levering. Hoe hoger het percentage, hoe duurzamer.
4. Aandeel restwarmte: Het aandeel restwarmte uit industriële processen en datacenters binnen de totale hoeveelheid hernieuwbare energie die we gebruiken van opwek tot levering.
5. Warmteverlies: Tijdens het transport van het warme water van de bron naar de woningen en bedrijven is er warmteverlies. Hoe lager het warmteverlies, hoe beter. De relatieve warmteverliezen kunnen per warmtenet verschillen en zijn afhankelijk van onder meer de nettemperaturen, de omvang en transportcapaciteit, en het aantal en type klanten. Warmtenetten in een dicht stedelijk gebied waar veel klanten op aangesloten zijn, hebben een zogenaamde hoge warmtedichtheid en dus relatief lage warmteverliezen. Netwerken waar een relatief uitgestrekt warmtenet ligt of waar de volledige capaciteit nog niet benut is, zullen relatief hoge warmteverliezen hebben.

Wat vind jij van Warmte-etiket Ennatuurlijk

Wat vind jij van Warmte-etiket Ennatuurlijk

Bedankt voor het geven van jouw waardering!
Deze staat in de wachtrij om goedgekeurd te worden door een van onze website beheerders.
Na goedkeuring zal deze worden gepubliceerd.

Sluit dit venster