Warmte-etiket Ennatuurlijk

Tekst

Warmte-etiket

Wij werken hard aan het verduurzamen van onze warmtenetten. Sommige netten zijn al heel duurzaam, bij andere is er nog werk aan de winkel. Op de warmte-etiketten laten we in één oogopslag zien welke warmtebronnen er in een net gebruikt worden. Is het warmte uit de industrie of warmte uit de aarde? En wat is de CO2-besparing ten opzichte van verwarmen met een cv-ketel op aardgas? Wij geven graag inzicht in de duurzaamheid van onze warmtenetten.

Warmte-etiket 2020

De warmte-etiketten geven aan hoe onze netten ervoor stonden in 2020. Natuurlijk willen wij onze netten elk jaar weer verbeteren. Voor onze grootste netten hebben we daarom behalve de huidige situatie aangegeven ook wat we in de toekomst gaan doen om het net nog verder te verduurzamen. Klik hieronder door naar de warmtepaginas van jouw gemeente. 

Tekst

Benieuwd naar de cijfers van al onze netten?

Download het totale overzicht

 

Hoe staan onze netten er voor?

In 2020 hebben we een aantal flinke stappen kunnen zetten. We leggen je graag uit wat de wijzigingen ten opzichte van 2019 zijn.

Grote sprong in CO2-besparing

De CO2-besparing die we in 2019 met onze warmtenetten behaalden, was gemiddeld 36%. In 2020 was dat 51%. Een enorme sprong vooruit dus. Maar dat betekent zeker niet dat we rustiger aan gaan doen: onze doelstelling is 70% CO2-besparing in 2030 en 100% in 2040.

We konden die grote sprong in CO2-besparing onder andere maken door de verduurzaming van ons net in Midden- en West-Brabant. Het grootste deel van de benodigde warmte is daar afkomstig van de RWE-centrale in Geertruidenberg. Deze centrale gaat stapsgewijs over van kolen naar biomassa: in 2020 steeg de bijstook van biomassa naar 75% ten opzichte van 37% in 2019.

Ook in Enschede hebben we mooie stappen kunnen zetten. Daar zijn verschillende kleinere warmtenetten gekoppeld aan het grote warmtenet. Dat betekent dat we oude gasketels uit bedrijf konden nemen en van duurzame warmte van afvalenergiebedrijf Twence kunnen voorzien.

Transitiebronnen belangrijk

Op weg naar 100% duurzame warmtenetten zullen we de komende jaren nog gebruik moeten blijven maken van transitiebronnen als biomassa. Veelbelovende duurzame bronnen als aardwarmte of aquathermie zijn nog volop in ontwikkeling en kunnen niet van vandaag op morgen op grote schaal worden ingezet. We zijn dus druk bezig met de ontwikkeling van bronnen die voor de lange termijn geschikt zijn, maar we ontkomen er niet aan om ook transitiebronnen te gebruiken.

Wat moet er beter?

In totaal hebben we 57 warmtenetten. Ondanks een gemiddelde CO2-besparing van 51% zijn er 33 warmtenetten waar een negatieve CO2-besparing gerapporteerd wordt. Deze warmtenetten hebben een aandeel van ca. 15% ten opzichte van de totale warmte-afzet. Dat moet beter, vinden we. En daar doen we onze uiterste best voor. De meest voorkomende oorzaak van een negatieve CO2-besparing is een fossiele bron zoals een gasgestookte ketel of warmtekrachtkoppeling (WKK). Tot voor kort werd een WKK als een efficiënte oplossing gezien, omdat er zowel elektriciteit als warmte gemaakt wordt met aardgas. Dankzij de grootschalige ontwikkeling van onder andere zon- en windenergie verduurzaamt de landelijke elektriciteitsmix sneller dan verwacht. Landelijk gezien wordt de stroom steeds groener met als gevolg dat het produceren van elektriciteit met een WKK minder CO2 vermijdt. Daardoor zijn er nu warmtenetten waar een negatieve CO2-besparing gerealiseerd wordt terwijl dit eerdere jaren nog positief was. We onderzoeken nu alternatieve, duurzame bronnen voor deze netten.

Tekst

Zo lees je het warmte-etiket

Voorbeeld warmte-etiket1. Primaire energiefactor (PEF): Drukt uit hoeveel fossiele energie nodig is voor de productie, distributie en levering van de warmte. Hoe lager dit getal is, hoe beter.
2. CO2-uitstoot en -besparing: De CO2-besparing is het verschil tussen de CO2-uitstoot die vrijkomt bij de productie en distributie van warmte en de CO2-uitstoot die vrijkomt als elke woning of onderneming dezelfde warmte zou opwekken met een cv-ketel op aardgas. Hoe groter de besparing, hoe beter. De relatieve CO2-besparing verschilt per warmtenet en is afhankelijk van de bron en de warmte- en energieverliezen van de infrastructuur. Hoe duurzamer de bron, hoe meer deze bijdraagt aan de relatieve CO2-besparing. Bij warmtenetten met een warmtekrachtkoppeling (WKK) als bron neemt de CO2-besparing in de loop der jaren af. Een WKK wekt zowel elektriciteit als warmte op. Bij de berekening van de CO2-uitstoot voor warmteproductie met een WKK wordt de vermeden CO2-uitstoot door elektriciteitsproductie dan ook in mindering gebracht op de totale CO2-uitstoot van de installatie. Omdat de landelijke mix voor elektriciteitsproductie steeds duurzamer wordt, voornamelijk door het toenemende aandeel wind- en zonne-energie, neemt de vermeden CO2-uitstoot op elektraproductie af. Als gevolg hiervan neemt de CO2-uitstoot voor de warmteproductie toe. De WKK’s, die lange tijd als zeer energie-efficiënt gezien werden, zullen dus geleidelijk minder gaan presteren op CO2-besparing voor warmteproductie. Daarom zullen ze op termijn vervangen worden door een duurzamer alternatief.
3. Aandeel hernieuwbare energie: Het percentage hernieuwbare energie binnen de totale hoeveelheid energie die we gebruiken van opwek tot levering. Hoe hoger het percentage, hoe duurzamer.
4. Aandeel restwarmte: Het aandeel restwarmte uit industriële processen en datacenters binnen de totale hoeveelheid hernieuwbare energie die we gebruiken van opwek tot levering.
5. Warmteverlies: Tijdens het transport van het warme water van de bron naar de woningen en bedrijven is er warmteverlies. Hoe lager het warmteverlies, hoe beter. De relatieve warmteverliezen kunnen per warmtenet verschillen en zijn afhankelijk van onder meer de nettemperaturen, de omvang en transportcapaciteit, en het aantal en type klanten. Warmtenetten in een dicht stedelijk gebied waar veel klanten op aangesloten zijn, hebben een zogenaamde hoge warmtedichtheid en dus relatief lage warmteverliezen. Netwerken waar een relatief uitgestrekt warmtenet ligt of waar de volledige capaciteit nog niet benut is, zullen relatief hoge warmteverliezen hebben.